Deel 5: Het belang van priesterschap in het gezin

Priesterschap van alle gelovigen klinkt al snel als een vaag algemeen begrip. Dit terwijl het een essentiële denkrichting is in het Nieuwe Testament. Priesterschap van alle gelovigen is in het Nieuwe Testament het herstel en de verwezenlijking van Gods visie die Hij openbaarde vlak voor de wetgeving. In Exodus 19:5-6 vertelt God dat Hij heel het volk als koninklijke priesters in wil zetten. Door Gods genade en de kracht van de Heilige Geest mogen wij dit nu gaan vormgeven.

In mijn vorige artikel over het priesterschap van alle gelovigen heb ik gezegd dat dit ook zijn uitwerking moet hebben in het gezin. Want én de vader én de moeder zijn priester(es) en oefenen de taken van een priester uit. Taken zoals zegenen, bidden, offers brengen[1] en onderwijs geven in het gezin.

Ook in mijn artikel over het belang van Joods denken, heb ik aangegeven dat er voor de Joden geen verschil was(is) tussen de synagoge en thuis. Dit in tegenstelling tot de Grieken en het grotendeels daaruit voortkomende Westers Christendom. Hier in Nederland heeft dit geleid naar een duidelijke scheiding tussen de kerk(het gebouw, de eredienst, catechese, enz) en het geloven thuis.

Vaders en moeders zijn levensleraren
Naar mijn mening moeten we weer terug naar onze wortels en een voorbeeld nemen aan de Joden. Voor de Joden is er geen verschil tussen een ouder en een leraar, tussen thuis en school. Vader en moeder zijn de (levens)leraren en hebben als taak hun kinderen te leren en voor te leven. Ook wat betreft de godsdienstige opvoeding. Dat mogen wij als ouders dus niet overlaten aan ‘specialisten’ in kerk of school. De ouders zijn altijd verantwoordelijk. Een leuk detail is dat het Hebreeuwse woord voor ouder (horeh) dezelfde wortel heeft als Torah. Waarbij Torah niet alleen “wet” betekent of een aanduiding is voor de eerste vijf boeken van de Bijbel, het betekent ook “onderwijs”.

De Grieken legden al heel vroeg de verantwoordelijkheid van opvoeden en leren buitenshuis. In de Griekse oudheid haalden bijvoorbeeld de Spartanen de jongens al heel vroeg bij de ouders weg, om ze in de scholen op zeer gedisciplineerde wijze op te voeden naar de eisen van de maatschappij. Datzelfde gebeurde ook in communistisch Rusland. Daar werden de kinderen opgevoed in staatsscholen. Kinderen moesten onderwezen worden in de marxistische ideeën; dit hield in dat men de wetenschappelijke methode zag als de enige weg om de waarheid te leren kennen en dat op deze wijze alle neigingen naar mystiek of religieus denken de kop in werden gedrukt. Onderwijs wordt dan beperkt tot groei in kennis en vaardigheden.

Binnen het Jodendom was/is de studie van Gods Woord ook heel belangrijk. Kennis doet er toe. De studie van Gods woord is de hoogste vorm van aanbidding. Echter het draait bij hen wel om meer dan alleen de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Het belangrijkste is voor hen een handeling van overgave. De overgave om God beter te leren kennen. Het studeren is dan ook niet een Grieks filosoferen, maar een steeds dieper graven naar Gods Waarheid en het geleerde gaan doen in het dagelijkse leven.

Ouders krijgen de opdracht
Gaan we dieper op dit onderwerp in dan zien we dat In Deuteronomium in hoofdstuk 6 dat er duidelijk aan de ouders de opdracht gegeven wordt om de grote daden van God door te geven aan de kinderen en kleinkinderen.

Deuteronomium 6:1-9
Dit zijn de geboden, de verordeningen en de bepalingen die JHWH, uw God, geboden heeft u te leren, om ze te doen in het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, opdat u JHWH, uw God, vreest door al Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u gebied, in acht te nemen: u, uw kind en uw kleinkind, alle dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.
Luister dan, Israël, en neem ze nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals JHWH, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – in het land dat overvloeit van melk en honing. Luister, Israël! JHWH, onze God, JHWH is één! Daarom zult u JHWH, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.
Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.(HSV).

We zien hier dat ouders de opdracht krijgen om met hun kinderen over de Torah te spreken zowel onderweg, als thuis, dus eigenlijk 24 uur per dag. De opdracht is daarmee geen lichte opdracht maar een echte uitdaging.

Amram en Jochebed mogen Mozes opvoeden. En als hij groot geworden is (Exodus 2:10) brengt zijn moeder hem naar de Egyptische prinses die hem in het biezen mandje gevonden had. En reken maar dat zij in die korte tijd (misschien maar 4 jaren) hem verteld hebben van de God van Abraham, Izak en Jakob en de grote daden die God gedaan heeft in het leven van de aartsvaders (dit was voor de wetgeving op de Sinaï en voordat de Thora geschreven was).

Een mooi praktijkvoorbeeld is ook hoe Mozes Jozua onderwees in de Schriften en het kennen van God. Jozua was niet weg te slaan bij Mozes. Lees Exodus 33 maar eens door. Als Mozes naar de ontmoetingstent ging die hij buiten het tentenkamp had geplaatst en daar met God sprak als met zijn Vriend en hij vertrok weer dan bleef Jozua daar. Jozua had van Mozes geleerd dat daar in die ontmoetingstent de beste plaats was om God beter te leren kennen.

Wat ik hierbij vooral wil benadrukken is dat ouders hun verantwoordelijkheid dienen te nemen als het gaat om de godsdienstige opvoeding van hun kinderen. Hoe vul je de dagelijkse huisgodsdienst in? Zijn wij daar actief mee of laten wij het uiteindelijk over aan de kerk en aan de school; gewoon omdat we er geen raad mee weten. Als je hier actief mee aan de slag gaat kom je vanzelf uit op de vraag: Hoe geef je je kinderen een godsdienstige opvoeding?

Het begin van de godsdienstige opvoeding
Geloofsopvoeding kan al beginnen tijdens de zwangerschap. Je kan beginnen met het ongeboren kindje te zegenen in de moederschoot. Vervolgens wordt het in liefde ontvangen en geboren. De volgende stap is het opdragen van dat pasgeboren kindje aan onze God, zie Psalm 22 vers 11: Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af, vanaf de moederschoot bent U mijn God. (HSV). Ouders kunnen thuis hun kindje opdragen aan God, hun Vader. Dat dit soms ook nog eens plaats vindt in de gemeente heeft te maken met het feit dat ouders het fijn vinden als de gemeente ook meedraagt in de verantwoordelijkheid van de opvoeding. Vooral bij huisgemeentes waarin je thuis het leven met elkaar deelt kan dit meedragen op een bijzonder manier gestalte krijgen. Dit zal ik straks verder toelichten.

Als de kinderen opgroeien is het belangrijk dat we als vader/moeder over Jezus vertellen. Dat we zodra ze kunnen lezen hen een eigen bijbel geven. De maaltijd als ontmoeting met elkaar is heel erg geschikt om samen te lezen en wat men leest te bespreken. Er is dan rust en tijd voor de kinderen. Door het samen lezen van de Bijbel, leren ze al heel vroeg om vragen te stellen (dat is de Joodse manier van omgaan met de bijbel en met God). Erg mooi is het om daarna samen wat psalmen en geestelijke liederen te zingen. Een prachtig voorbeeld hiervan is hoe Joden de viering van de Sabbat als samenkomst van het gezin vormgeven. Tijdens deze vrijdagavond komen ze als gezin bij elkaar om heerlijk te eten en met elkaar het leven met God te vieren. Juist daar is ook ruimte voor de kinderen. Deze worden dan ook door de ouders gezegend.

Bijbelse feesten – een goed voorbeeld
Een ander mooi voorbeeld van geloofsopvoeding is terug te vinden bij het vieren van de Bijbelse feesten. Deze zijn bewust door God ingesteld. God heeft deze feesten ingesteld om zijn volk verschillende keren per jaar te laten ontmoeten. Tijdens de feesten kookten zij heerlijke maaltijden met elkaar en aten samen om Gods grote daden met elkaar te vieren. Het was een herinnering aan Gods ingrijpen in de geschiedenis en tegelijkertijd een vooruit kijken naar wat God nog zou gaan doen. Deze herinneringsfeesten (ook voor ons), die een schaduw zijn (en niet slechts een schaduw, zoals sommige vertalingen zeggen) van de Messias, van Zijn komst en wederkomst (zie bijvoorbeeld Kolossenzen 2:17: Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus ).
God wilde dat zijn volk daar verschillende keren per jaar bij stil zou staan. Dat is voor ons een geweldige les. Het is jammer dat wij ook daarin die Grieks-Romeinse cultuur zijn gevolgd doordat wij niet de gezette tijden van God volgen, maar dat wat de Romeinse keizers er van gemaakt hebben.

Gemeente als gezin
Wanneer de auteurs van het Nieuwe Testament de gemeente beschrijven met heel veel verschillende beelden, is hun favoriet daarbij toch wel het gezin. Het is de belangrijkste metafoor voor de gemeente. De brieven van Paulus, Petrus en Johannes zijn doorspekt met beeldspraak vanuit het gezinsleven. Bijvoorbeeld:

• Galaten 6:10: Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof.
• 1 Timotheüs 5: 1,2: Vaar niet uit tegen een oude man(presbuteroi), maar spoor hem aan als een vader, jonge mannen als broers, oude vrouwen(presbuteras) als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid. (dat hier gesproken wordt over oudsten, mannen en vrouwen laten we maar even buiten beschouwing).

Andere voorbeelden zijn te vinden in o.a.: Romeinen 8:29, Efeze 2:19, 1 Timotheüs 3:15, 1 Petrus 2:2 en 1 Johannes 2:12,13. Familiale termen als ‘opnieuw geboren worden’, ‘kinderen van God’, ‘zonen van God’, ‘broeders’, ‘vaders’, ‘zusters’, en ‘huisgezin’ doortrekken de brieven in het Nieuwe Testament. In al zijn brieven spreekt Paulus tot ‘de broeders’, een term die zowel de broeders als de zusters omvat. Deze familiale term gebruikt hij meer dan 130 keer in zijn brieven. Het mag duidelijk zijn dat het Nieuwe Testament vol staat met taal en beeldspraak uit het familieleven.

Als je de eerste 6 hoofdstukken van Handelingen leest zie je een gemeenschap van mensen die hun leven met elkaar deelden. De vroege christenen zagen zichzelf als ‘leden van elkaar’ (Rom.12:5; Ef.4:25). Als resultaat daarvan droegen ze zorg voor elkaar (Rom.12:13; 1 Kor.12:25,26; 2 Kor. 8:12-15). En waarom? Omdat de gemeente een gezin is! De leden brengen tijd door met elkaar. De leden tonen ‘elkaar’ genegenheid. Het gezin groeit. De leden delen verantwoordelijkheid.

Als we vandaag om ons heen kijken naar de kerken zie je vaak wat anders. Het lijkt dan meer op een onderneming dan op een gezin. Misschien goed als we onszelf de vraag stellen: is mijn gemeente een levende realiteit als gezin van God?

Hans Groenenboer schrijft in zijn, heel lezenswaardig boek Kerk aan de keukentafel: “Laat verbondenheid een centraal doel worden voor de gemeenschap. Hoe verbinden we ons met elkaar? Hoe verbind jij je met je Schepper en hoe verbinden wij ons als gemeenschap met de wereld? Wat kunnen wij als gemeenschap betekenen voor de samenleving en hoe kunnen wij actief betrokken zijn bij de maatschappij?” [2]

Het is de bedoeling dat we in de gemeente de eenheid en het karakter van de drie-enige God weerspiegelen in onze relaties. De familiale omgang met elkaar is zowel de bron als het doel van de gemeente (1 Johannes 1:1-3). De gemeente is daarom boven alles geroepen om een wederkerige gemeenschap te zijn, oftewel een familie, een gezin. De Drie-eenheid vormt ons begrip van de gemeente en is ons ultieme voorbeeld. Het is veelzeggend dat de vroege christenen de gemeenschap van de Godheid beschreven als een eeuwige dans. De drie Personen van de Drie-eenheid, Vader, Zoon en Geest, geven Zichzelf eeuwig aan elkaar.

Terug naar het gezin
Belangrijk is ook dat we altijd eerlijk zijn tegenover onze kinderen. Dat we hen bijvoorbeeld vertellen wanneer de regels niet gebaseerd zijn op een moreel uitgangspunt, maar voortkomen uit ons eigen gemak. Zo vertelde laatst iemand mij, dat als zij de kinderen opdroeg om de tv uit te zetten, ze ook vertelde waarom ze dat deed. Soms was dat vanwege haar eigen gevoeligheid voor geluid en niet zozeer vanwege de heftigheid of ongeschiktheid van de scene voor haar kinderen.

Tot slot wil ik nog wijzen op iets waar christenen al snel toe geneigd zijn als het gaat om geloofsopvoeding. Ik doel dan op het overbeschermen van onze kinderen. Het is belangrijk om als ouders te beseffen hoe gevaarlijk het is om een overbeschermende opvoeding te geven. Vaak weten ouders niet dat hun geliefde kinderen door overbescherming niet voorbereid zijn op verschillende zaken in deze maatschappij. Ik denk alleen al aan het omgaan met seksualiteit in de wereld waarin ze opgroeien. Juist als zij gaan studeren roept dat bij hen al allerlei angsten en twijfels en ervaringen van tegenstrijdigheid en hypocrisie op. Zonden, en met name seksuele zonden, heeft de slinkse neiging om te triomferen in een omgeving waarin schaamte en geslotenheid een grote rol spelen. Daarom is begeleide confrontatie en openheid op allerlei gebieden heel goed. Laat hen kennis maken met allerlei zaken, terwijl er voor de ouders de mogelijkheid is om met hen daarover in gesprek te gaan.

Hier kan nog heel veel gezegd worden. Laten ouders kennis nemen van allerlei boeken die verschenen zijn op het gebied van opvoeding is er tegenwoordig voor ouders heel veel goede literatuur. Ga daar wel selectief mee om.

(c) A.C. Snijders, Ede, 2017


[1] Wij brengen geen offers om verzoening tot stand te brengen. Jezus heeft daarin al het ultieme offer gebracht (Hebr. 10:10). We brengen wel offers om daarmee onze liefde en dank naar God uit te drukken. Offer in de zin van financiële giften (Romeinen 15:16), dankgebeden (Openbaring 5:8), levensstijl (Romeinen 12:1, etc.).

[2] Groenenboer, H., “Kerk aan de keukentafel” Pag. 190.


Deel 6: Kerk of gemeente, een gebouw of gewoon bij iemand thuis